|
Wanneer u vandaag een auto koopt, kan dat
morgen best een goudvis zijn. Een vreemde uitspraak? Nee,
hoor. Het nieuwe belastingstelsel staat vol met dit soort uitspraken.
Spaarverzekeringen
Zo heeft men in het verleden spaarverzekeringen afgesloten, om in de toekomst
met de opbrengst van deze verzekeringen 'iets leuks' te doen. De fiscus
heeft altijd gezegd dat de opbrengst van deze polis belastingvrij zou
zijn. Voor velen was dit een argument om inderdaad een vermogen op te
bouwen door een dergelijke verzekering.
Vanaf 1 januari 2001 is nog steeds het
hoofdelement uit die verzekering van kracht: de uitkering blijft dus belastingvrij.
De opbouwfase is dat echter niet meer. De fiscus gaat ervan uit dat u
minimaal 4% rendement zult behalen op uw geld, en belast dat vervolgens
met 30%. Het directe gevolg hiervan is dat u jaarlijks belasting zult
gaan betalen over iets wat u nog niet daadwerkelijk in handen heeft; immers
de polis komt pas op de einddatum tot uitkering en pas dán zult u over
het geld kunnen beschikken
Gelukkig heeft de overheid nog in beperkte
mate een overgangsrecht geschapen, voor spaarverzekeringen die reeds waren
gesloten vóór 14 september 1999. Deze verzekeringen kennen een vrijstelling
tot 272.000,-- per persoon voor de belasting tijdens de opbouwfase.
Lijfrenteverzekeringen
Een ander voorbeeld is de lijfrenteverzekering.
Sinds vele jaren is het bekend dat men nog een leuke aftrekpost kon krijgen,
door een bedrag in zijn of haar oude dag te reserveren. De manier bij
uitstek om dit te regelen was om deze reservering te doen via een koopsom.
Wanneer u een dergelijke koopsom hebt
afgesloten voor 1964, zijn de afspraken in de overeenkomst tot op heden
altijd van kracht gebleven. Dat betekent, dat de fiscus bij het maken
van nieuwe plannen altijd een 'overgangsrecht' heeft gehanteerd voor dit
soort oude polissen zodat deze konden blijven voortbestaan. Met alle voordelen
van dien.
Besloten is dat vanaf het jaar 2001 alle
lijfrentes als het ware worden samengevoegd; op die wijze valt het gehele
opgebouwde kapitaal in Box 1 en gelden voor alle lijfrenteverzekeringen
dezelfde fiscale afspraken. In de wet Inkomstenbelasting 2001 is hiervoor
geen overgangsrecht geschapen. En dat is voor de eerste keer in vele,
vele jaren.
Kat in de zak
Heeft u nu een kat in de zak gekocht door in het (verre) verleden een
lijfrenteverzekering af te sluiten? Absoluut niet. Er is een simpele truc
om belastingen te voorkomen, door de huidige verzekeringen te beëindigen
per uiterlijk 31/12/2000. Door die handeling kan er eenvoudigweg nooit
een discussie ontstaan met de fiscus over onder welk regime deze verzekeringen
hebben bestaan: dit is automatisch het regime dat van toepassing was tot
2001, oftewel de huidige wet IB 1964.
Let wel op dat het hier gaat om de lijfrenteverzekeringen. Voor spaarverzekeringen,
met of zonder uitkering bij voortijdig overlijden, kan een andere aanpak
vereist zijn.
|